Dimensies en feiten zijn twee termen die je binnen Business Intelligence veel gaat horen. In het kort kunnen dimensies en feiten als volgt gedefinieerd worden:

Feiten zijn de tabellen die de numerieke waarden bevatten en de dimensies geven context aan deze waarden.

Feiten

De tabellen in het datawarehouse van BI waarin de waarden zijn opgeslagen worden feitentabellen genoemd. Een feitentabel bevat waarden van een specifiek onderdeel binnen de organisatie. Een aantal voorbeelden hiervan zijn:

  • Verkoop
  • Inkoop
  • Debiteuren
  • Crediteuren
  • Voorraad
  • Productie
  • Grootboek

Bij het ontwerpen van een feit, moet er gekozen worden op welk detailniveau (ook wel bepalen van de grain genoemd) de data wordt vastgelegd. Zo kan een feitentabel met verkoopcijfers op regelniveau of op factuurniveau worden vastgelegd. Het verschil hierin is, is dat op regelniveau je extra dimensies kunt koppelen en op een dieper niveau kunt analyseren. Is de feitentabel op basis van factuurniveau, dan heb je minder details en zie je bijvoorbeeld alleen maar het totaalbedrag van de factuur terug.

Zoals beschreven bevat de feitentabel alle numerieke waarden, denk aan verkoopprijs, korting en aantal. Deze waarden kunnen rechtstreeks overgenomen worden van bijvoorbeeld een factuur of tijdens het inladen van de data getransformeerd worden om zo nieuwe meetwaarden te creƫren. Een voorbeeld is het transformeren van je verkoopcijfers naar een andere valuta, hierbij wordt in het datawarehouse de verkoopcijfers vermenigvuldigd met de koers van een andere valuta. Hiermee kun je dus rapporten in meerdere valuta. Echter niet alle numerieke waarden worden opgeslagen in een feiten tabel, er zijn uitzonderingen.

Een uitzondering is bijvoorbeeld een schoenmaat. Hoewel dit een numeriek getal is, is het een getal waar je niet mee kunt rekenen. Je kunt geen schoenmaten bij elkaar optellen. Deze waarde wordt opgenomen in een dimensie tabel.

Dimensies

Dimensies zijn de tabellen die context geven aan de feiten. Een numerieke waarde heeft geen betekenis zonder context. Een feitentabel met verkoopcijfers kun je bijvoorbeeld koppelen aan de volgende dimensies:

  • Datum
  • Artikel
  • Verkoopfactuur
  • Klant
  • Filiaal

Een dimensies geeft meer informatie over een bepaald onderdeel. Wanneer je bijvoorbeeld schoenen verkoopt dan bevat je artikel dimensie meer informatie over al je schoenen. Wanneer je vervolgens je feit verkoopcijfers combineert met je dimensie artikel, kun je een analyse maken op bijvoorbeeld welke schoenmaat verkoopt het meest of welke kleur schoenen is het meest populair.

Door daarnaast nog meer dimensies te koppelen, kun je diepgaandere analyses maken. Koppel je bijvoorbeeld de dimensie tijd er aan, dan kun je een analyse maken op basis van verkocht aantal schoenen gesorteerd bij soort per seizoen.

Ook hier is het dus belangrijk om te bepalen welke informatie je wel en niet meeneemt in je dimensie. Kom je later tot een nieuw inzicht, dan kun je een dimensie natuurlijk altijd uitbreiden met een nieuwe kolom.